Kinderoefentherapie

Kinderoefentherapie is een specialisatie van de Oefentherapie Cesar. Bij de behandeling van kinderen wordt, net als bij de algemene oefentherapie, aangesloten bij de dagelijkse vaardigheden, houdingen en bewegingen.

Bij kinderen staat daarbij vooral spelen op de voorgrond. Klimmen, springen en bal gooien zijn belangrijke vaardigheden voor kinderen om te leren. Dit geldt ook voor knippen, knutselen en schrijven. Soms blijven kinderen zonder duidelijke reden achter op leeftijdsgenoten, soms is er een afwijkende ontwikkeling, bijvoorbeeld bij de diagnose DCD.

Sinds 2003 heb ik me gespecialiseerd in het werken met kinderen en mag me kinderoefentherapeute noemen. Naast het werk in Bunnik in het gezondheidscentrum ben ik ook werkzaam op een school. Kinderen met motorische problemen worden geholpen om hun bewegingsachterstand en coördinatieproblemen zo snel mogelijk helpen op te lossen.

Het lopen op zakjes is bijvoorbeeld zo’n oefening. Een kind zonder achterstand zal dit makkelijk kunnen oplossen. Motoriek, balans en coördinatie spelen daarbij een belangrijke rol. Kinderoefentherapie kan hierbij helpen. Door specifieke oefeningen te doen, kan de achterstand snel worden ingelopen. Alle kinderen krijgen een schrift mee naar huis met de vorderingen. Oefeningen staan beschreven en kunnen thuis extra worden gedaan. Uw kind zal zich beter gaan voelen en meer zelfvertrouwen krijgen. Hierdoor gaat uw kind sneller nieuwe motorische vaardigheden uitproberen en oefenen.

Intake
Er wordt gekeken naar de motorische ontwikkeling van het kind, met als achtergrond de voorgeschiedenis en hulpvraag. De onderdelen van de motoriek die aan bod komen zijn evenwicht, grove motoriek, fijne motoriek, ooghandcoördinatie, schrijven,lichaamsschema, ruimtelijke oriëntatie en houding.Tijdens dit onderzoek wordt een eerste indruk gekregen van het gedrag van het kind.

Factoren als concentratie, impulsiviteit en faalangst worden geobserveerd. Van belang is ook de leerstrategie van het kind. Op deze manier kunnen we beoordelen wat de mogelijkheden van uw kind zijn en waar de problemen liggen. De resultaten, behandeldoelen en behandelplan worden weergegeven in een verslag en dit wordt besproken met ouders/verzorgers.

De kinderoefentherapeut observeert, onderzoekt en behandelt, maar geeft ook voorlichting en advies. De kinderoefentherapeut begint met een intake. Dan volgt een uitgebreid onderzoek, waarbij de belangrijkste mensen in de omgeving van het kind (ouders, leerkracht, huisarts etc.) actief betrokken worden. Op basis van de uitkomsten daarvan stelt de kinderoefentherapeut een behandelplan op, zo nodig in overleg met andere disciplines.

De kinderoefentherapeut werkt altijd op basis van een behandelplan. Dit behandelplan gaat uit van de individuele situatie en mogelijkheden van het kind. Het richt zich vooral op de motoriek, maar houdt ook rekening met eventuele gedragsproblematiek. Gefaseerd wordt gewerkt aan spieren en evenwicht, aan de grove en aan de fijne motoriek.

Het doel van de behandeling is het vergroten van de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind in zijn eigen sociale en fysieke omgeving. Plezier in bewegen staat daarbij voorop. In vrolijke, lichte oefenruimtes en met behulp van speciaal voor hen ontworpen oefenmateriaal, leren kinderen spelenderwijs (weer) wat goed en gezond bewegen is. Met als resultaat een optimale ontwikkeling van het bewegen en het vertrouwen deze vaardigheden te kunnen gebruiken.